Schaatsen-ABC: O

Olympisch schaatsen - De eerste Olympische winterspelen werden in 1924 in Chamonix gehouden, waar de legendarisch geworden Noorse kunstschaatster Sonja Henie op elfjarige leeftijd voor het eerst haar opwachting maakte.

Omniplex-systeem - Eind 19e eeuw kwam een meer 'wetenschappelijke' benadering van de schaatsconstructies op gang, die tot vele octrooien heeft geleid. Een van deze octrooien betrof het Omniplex-systeem van Ubel Wierda, die begin-1900 voorzitter was van de afdeling Den Haag van de Zuid-Hollandsche IJsvereeniging. Het idee erachter was dat het mogelijk moest zijn alle facetten van het schaatsen te kunnen beoefenen met één voetstapel als uitgangspunt. De voetstapels waren van metaal en voorzien van een zodanig eenvoudig klemsysteem voor de schaatsijzers, dat het mogelijk was deze tijdens het rijden te verwisselen. De voetstapels konden worden geleverd in een uitvoering als onderbinder met speciaal gevormde riemen die ook met koude handen goed konden worden bediend en in een uitvoering met automatische bevestiging aan een speciale schoen. Bij deze voetstapels konden zes verschillende schaatsijzers worden geleverd:
1. simplex schaatsijzer, recht geslepen;
2. simplex damesschaatsijzer, recht geslepen;
3. simplex kunstschaatsijzer, radius 1,25 meter;
4. simplex schaatsijzer voor schoonrijden, radius 1,90 meter;
5. duplex schaatsijzer, de ene kant dun, lang, recht en laag, voor het maken van tochten; de andere kant dikker, korter, hoger en ronder, radius 1,90 meter, voor schoonrijden;
6. omniplex schaatsijzer, de ene kant met radius 1,90 meter voor schoonrijden; de andere kant met radius 1,25 meter voor kunstrijden; aan de voorkant een punt om een pirouette uit te voeren. De afgebeelde Multiplex schaats werd de (gedeeltelijke) verwerkelijking van dit idee. Hoewel de promotie met veel tamtam werd aangepakt, wilde de verkoop niet op gang komen en de fabriek was dan ook al spoedig failliet.

Oostenrijk – Rond 1885 waren er in Oostenrijk verschillende ijsbanen. In Wenen bijvoorbeeld waren er drie. De grootste was eigendom van de Wiener Eislauf-Verein. In Oostenrijk heeft de nadruk altijd op het kunstrijden gelegen. De Weense school heeft een enorme impact gehad op de ontwikkeling daarvan. Tussen 1891 en 1939 werden 4 Olympische medailles, 30 wereld- en 25 Europese titels in de wacht gesleept door legendarische kunstrijd(st)ers als Gustav Hügel, Fritz Kachler, Willy Böckl, Karl Schäfer en Henna Szabo. De Tweede Wereldoorlog had tot gevolg dat Oostenrijk na 1945 enige tijd werd geboycot, waardoor Oostenrijkse talenten als Eva Pawlik al snel tot het professionele circuit toetraden. Michael Hadschieff is ongetwijfeld de bekendste Oostenrijkse hardrijder geweest.

Oost-Friese schaatsen - Zie Breinermoorse schaatsen.

Opleggenschaatsers aan de stokDoor met een of meer schaatsers aan een stok te schaatsen, kon een zwakkere schaatser toch nog goed meekomen. Tegen de wind in werd de stok onder de arm genomen en achter elkaar gereden. Voor de wind nam men de stok voor de borst. Het aan de stok rijden werd opgelegd schaatsen genoemd.

Submenu
Schaatsen-ABC

Klik op de eerste letter van het woord dat u wilt opzoeken:

A B C D E
F G H I J
K L M N O
P R S T U
V W IJ Y Z

Als u vergeefs hebt gezocht naar een onderwerp of als u over een onderwerp aanvullende informatie kunt verstrekken, aarzel dan niet en gebruik de contactknop in de voetregel.
home | donaties | sitemap | copyright | contact
© 2002- The virtual Ice Skates Museum. All rights reserved.