Hardrijden
prent kortebaan dames leeuwarden 1805
Afb.1: Kortebaanwedstrijd voor vrouwen te Leeuwarden, 1805. Aquatint uit 1812, door Maaskant naar de originele prent.

Het hardrijden is voortgekomen uit het toerschaatsen. Sterke toerschaatsers daagden anderen uit zich met elkaar te meten. Zo ontstond in Nederland het kortebaanrijden, een typisch Nederlandse vorm van wedstrijdschaatsen over 60-80 meter, die echter vooral in Friesland populariteit genoot. Deze vorm van hardrijden werd met zekerheid al aan het begin van de 19e eeuw beoefend. Zowel door mannen als door vrouwen, zoals uit de afbeelding hierboven blijkt. Pas tegen het eind van de 19e eeuw ontwikkelde zich het hardrijden over grotere afstanden. Interessant is dat er toen al allerlei internationale contacten bestonden. Nationale helden ontmoetten elkaar al in de tweede helft van de 19e eeuw. Zo werden er in 1884 in Brooklyn (USA) wedstrijden gehoudenen, die werden gewonnen door de Noor Axel Paulsen (die ook bekend werd van de Axels bij het kunstrijden).
Aanvankelijk werd uitsluitend gestreden volgens een afvalsysteem, maar na 1890 kreeg het rijden tegen de klok de overhand.

Friese kortebaan
Het kortebaanrijden is een wedstrijdsport een zeer lange historie, want dit soort wedstrijden vinden in Friesland nog steeds plaats. Er wordt gestreden volgens een afvalsysteem op twee naast elkaar gelegen rechte banen van 3-4 meter breed. Tegenwoordig zijn de banen 120-160 meter lang, maar vroeger werd het gedaan op banen die de helft korter waren en werd er aan het eind van de baan gewisseld, waardoor de startlijn tevens de finishlijn was. Vergeleken met de huidige sprintafstanden, 500 en 1000 meter, zou men deze Friese volkssport zonder bezwaar kunnen aanduiden als ultrakortebaanschaatsen.

Internationale langebaan
Het hardrijden op de langebaan is een wedstrijdsport voor topatleten op nationaal en internationaal niveau. Sinds 1884 vinden er georganiseerde internationale wedstrijden plaats waar aanvankelijk werd gestreden om de 'meestertitel'. Na de oprichting van de International Skating Union (ISU) werden in 1893 de eerste 'officiële' wedstrijden gereden en werden de winnaars uitgeroepen tot wereldkampioen. De eerste wereldkampioen werd Jaap Eden, die zijn titel tot 1896 met succes verdedigde. Totdat in 1966 voor Nederland het Ard- en Keessietijdperk aanbrak, was het langeafstandschaatsen een voornamelijk Scandinavisch-Russische aangelegenheid. Maar in 1905 stond Coen de Koning op het hoogst trapje en in 1961 was het Henk van der Grift die wereldkampioen werd.
De ISU voerde gestandaardiseerde eindloze ovale banen van 400 meter in, waardoor de resultaten wereldwijd vergelijkbaar werden. Aanvankelijk werden alle wedstrijden op natuurijs gehouden, waardoor uitgeschreven wedstrijden soms door de weersomstandigheden moesten worden afgelast, maar soms ook een heroïsch karakter kregen. De introductie, rond 1960, van overdekte 400-meterbanen heeft dan ook een enorme invloed op het hardrijden gehad, doordat niet alleen de klimaatcondities beheersbaar werden maar ook de kwaliteit van het ijs. Het betekende echter ook dat landen als Engeland, die niet over grote indoorbanen beschikken, praktisch uitgesloten werden van deelname.
Tegenwoordig wordt het langebaanschaatsen beoefend op nationaal, Europees, wereld- en Olympisch niveau en soms ook, zoals in Nederland, op regionaal niveau. Er worden voor heren kampioenschappen georganiseerd voor afstanden van 500, 1000, 1500, 3000, 5000 en 10000 meter en voor dames over 500, 1000, 1500, 3000 en 5000 meter. Zowel voor heren als dames worden bovendien wedstrijden georganiseerd voor een sprinters- en een allroundklassement. De sprinters rijden tweemaal 500 meter en tweemaal 1000 meter; de allrounders rijden een vierkamp. Bij deze klassementen worden de gereden tijden omgerekend tot een puntentotaal. De rijd(st)er met de minste punten wordt kampioen.

Internationale kortebaan
Sinds 1978 bestaat er een bijzondere internationale vorm van hardrijden, die ook in Nederland bij zijn Engelse naam wordt genoemd: shorttrack speed skating. Deze vorm van hardrijden wordt beoefend op de kleine indoorbanen, die ook worden gebruikt voor ijshockey en kunstrijden. Door de kleine afmetingen van de ijsvloer hebben de banen een lengte van 110 meter. De banen zijn eindloos, dus ovaal, en bestaan daardoor als het ware uit een lange bocht. De snelheden kunnen oplopen tot circa 50 km per uur en omdat de deelnemers in dezelfde baan schaatsen, is de kans op blessures niet gering. De schaatsers zijn dan ook verplicht een helm te dragen en maken vaak gebruik van extra veiligheidsvoorzieningen als handschoenen en kniebeschermers. Dames en heren rijden voor een individueel klassement, maar er worden ook estafettes gereden. Er wordt gereden over afstanden van 500, 1000, 1500 en 3000 meter. Het gaat hierbij dus om eindeloos bochtenwerk, waarbij vaak met een hand op het ijs wordt gesteund.

Nederlandse supersprint
Sinds 1990 bestaan in Nederland zogenaamde supersprintwedstrijden. Hierbij worden wedstrijden gehouden over tweemaal 100 meter en tweemaal 300 meter. Deze vorm van hardrijden staat nog in de kinderschoenen maar is hard op weg volwassen te worden. Er is zelfs hoop op dat het concept naar internationaal niveau kan worden getild.

Schaatsen voor het hardrijden
Voor het rijden van de Friese kortebaan werden nog tot in de 60-er jaren van de 20e eeuw gewone houten schaatsen gebruikt. Omdat er bij deze vorm van kortebaanrijden eigenlijk voornamelijk wordt geklauwd en nauwelijks gegleden, hadden schaatsen met korte, stevige halzen de voorkeur. De houten schaatsen zijn tegenwoordig geheel verdrongen door een laag model Noorse schaatsen, dat doorgaans ook als toerschaats wordt aanbevolen.
De deelnemers aan langebaanwedstrijden reden aanvankelijk eveneens op houten schaatsen. Maar al rond 1885 deed de 'stalen noor' zijn intrede in het internationale wedstrijdcircuit en sindsdien is er aan het basisconcept van de wedstrijdschaatsen nauwelijks iets veranderd.
Noorse schaatsen zijn geheel metalen schaatsen die vast aan de schoen worden gemonteerd. Ze worden gekenmerkt door een lang schaatsijzer dat in een metalen buis is gemonteerd en dat recht is geslepen. De metalen buis komt de vormvastheid van het ijzer ten goede, waardoor het ijzer dunner kon worden. Door middel van plateaus en afstandstukjes ('potjes') worden de schoenen vast aan de buis gemonteerd. De afstandstukjes kunnen hoger of lager zijn, waardoor de schaats kan worden aangepast aan de voorkeur van de rijder.
Voor het short trackschaatsen wordt een extra hoog model Noorse schaatsen in een speciale zware uitvoering gebruikt met een tamelijk breed schaatsijzer dat ongeveer als dat van een kunstschaats is geslepen.
Hoewel het basisconcept onaangetast is, is er de laatste decennia heel wat met de details van deze schaatsen geëxperimenteerd: schaatsijzers van keramisch materiaal, thermoplastische binnenschoenen, schaar- en klapmechanismen, verwarmde schaatsijzers, gebogen schaatsijzers, noem maar op. Maar er is niets nieuws onder de zon: al aan het eind van de 19e eeuw probeerde men de schaatsen sneller te maken door vanuit de schaats olie op het ijs te laten druppelen.

Wetenschappelijke benadering
In de tweede helft van de 20e eeuw werd behalve aan de schaatsen zelf steeds meer (wetenschappelijke) aandacht gegeven aan de conditie van het ijs, de aerodynamica van de lichamen en de schaatspakken, de schaatstechniek en de lichamelijke conditie. Dit heeft op de ontwikkeling van de recordcijfers (zie daar) indrukwekkende effecten  gehad.


boek hardrijden
Hardrijden op de schaats, een uitgave van de vereniging tot bevordering van het hardrijden, 1943, herdrukt in 1951.






boek schaatsenrijden van piet bergstrom
Schaatsenrijden, door Piet Bergström, in de serie Ken uw sport, 1960.





friese schaats
Traditionele Friese schaatsen met kort schaatsijzer.





hollandse schaats
Hollandse schaatsen met doorlopend ijzer.





laagspringerschaats
Friese laagspringers met extra lange ijzers voor de grote afstanden.





combinoor
Friese schaatsen, hybride model met een traditionele voetstapel maar een in buis gevat ijzer op basis van het Noorse model.





noors model
Friese schaatsen, Noors model, met eenvoudige voetplaten en lederen bindingen.





stalen noor
Nederlandse schaatsen, Noors model.





klapschaats
Nederlandse schaatsen, Noors model met klapmechanisme.





boek over de training van schaatsenrijders
De training van schaatsers was in 1960 zelfs een onderwerp waarop F.A.J. Enschedé  promoveerde tot doctor in de geneeskunde.
home | donaties | sitemap | copyright | contact
© 2002- The virtual Ice Skates Museum. All rights reserved.