Kunstschaatsen

In vroeger tijden was schaatsen voornamelijk een recreatieve bezigheid in perioden dat het economische leven als gevolg van winterse omstandigheden vrijwel tot stilstand was gekomen. De bevolking vermaakte zich, ongeacht afkomst en stand, op grachten en vijvers met het (be)oefenen van de kunst van het schaatsen. Er zijn altijd mensen geweest die op hun schaatsen tot bijzondere verrichtingen in staat waren. Ze konden bijvoorbeeld al schaatsend figuren of zelfs een naam in het ijs krassen. Waaghalzen voegden aan het repertoire allerlei acrobatische elementen in de vorm van sprongen en pirouettes  toe. Zo ontstond op den duur de huidige internationale 'genormaliseerde' wedstrijdsport van het kunstrijden.

Engelse Stijl
De bakermat van het kunstrijden ligt in Engeland. Daar had zich in de 19e eeuw in de overdekte ijspaleizen een ingetogen vorm van schaatsen ontwikkeld die uitging van een volkomen beheerst lichaam: de zogeheten Engelse Stijl. Hierbij kwam het erop aan bepaalde figuren zo nauwkeurig mogelijk na te rijden. Met zeven basisfiguren als uitgangspunt zijn in de loop der jaren honderden figuren ontwikkeld, die in even zo vele boekjes zijn beschreven. Voor het eerst in 1772 door de Schot Robert Jones in zijn boek Treatise of Skating. Als basisfiguren gelden: de boog, de dubbele boog of serpentine, de drie en de contradrie of accolade. Het is een sport die in Engeland nog steeds in clubverband in kleine ijshallen wordt beoefend.

Weense School
De Engelse landverhuizers namen de Engelse stijl mee naar de nieuwe wereld, de Verenigde Staten van Amerika. Daar ontstond aan het eind van de 19e eeuw een meer artistieke vorm van schaatsen toen de legendarisch geworden danser Jackson Haines op het ijs balletachtige bewegingen introduceerde. Hij vermaakte zijn publiek met voorstellingen die deden denken aan de grote balletten, met de bijbehorende muziek, kleding en decors. Hij danste op het ijs, draaide pirouettes en maakte door het toevoegen van sprongen van zijn optredens tot spectaculaire shows. Om nooit helemaal opgehelderde reden verliet hij in 1864 de USA om zijn fortuin in Europa te zoeken. Hij meende met name in Engeland een markt voor zijn kunsten te kunnen vinden, maar vergiste zich in de Victoriaanse preutsheid van die tijd. Hij reisde daarom door naar Scandinavië en won vervolgens het vasteland van Europa voor zijn gewaagde vorm van schaatsen. Uiteindelijk kwam hij in Wenen terecht waar het schaatsen op muziek verder werd ontwikkeld tot wat de 'Weense School' zou gaan heten, met de Wiener Eisrevue als ultieme representant. Haynes stond aan de basis van het succes van Sonja Henie en het huidige Holiday on Ice.

Internationale Stijl
Toen de International Skating Union zich (ook) met het kunstrijden ging bemoeien ontstond er een discussie over het wedstrijdprogramma voor het kunstrijden. De Engelsen waren van mening dat zij de oudste rechten hadden en verzetten zich heftig tegen het opnemen van artistieke schaatsuitingen in het pakket van eisen. Het resultaat was een programma met zowel verplichte (Engelse stijl) als vrije figuren (Weense school). Mede om het kijken naar kunstrijden aantrekkelijk te maken (en daarmee inkomsten te verwerven om de hoge kosten enigszins te verzachten) verloren de verplichte figuren in de loop der jaren steeds meer terrein. In 1990 werden ze vrijwel afgeschaft. Het filmpje hieronder, dat ook op YouTube staat, laat de beste kunstschaatsters van de laatste tijd zien en dus ook hoe moeilijk en hoe mooi kunstrijden kan zijn. Overigens vierde 'onze' Sjoukje Dijkstra haar successen op grond van haar beheersing van de Engelse stijl!


Solorijden en paarrijden

Na 1990 werd het element van de Engelse stijl dus geschrapt. Tegenwoordig bestaat het programma uit twee onderdelen: een technisch gedeelte van maximaal 160 seconden en een vrij gedeelte van 4 minuten voor de dames en 4,5 minuut voor de heren op zelf gekozen muziek. Beide onderdelen worden traditioneel aangeduid als 'kür'. De technische kür bestaat uit maximaal acht elementen die jaarlijks worden opnieuw worden geformuleerd. De rijder kan zelf de moeilijkheidsgraad van zijn vrije kür bepalen. Bij het paarrijden gelden dezelfde condities, maar komt er nog het extra element van de harmonie bij.

IJsdansen
Het ijsdansen lijkt op het paarrijden maar is aan strakkere regels gebonden. Zo mag er niet met een partner worden gegooid of geheven en mag er nooit langer dan vijf seconden 'los' worden gedanst.

Synchroonschaatsen
De laatste jaren is er een nieuwe attractieve vorm van kunstrijden ontstaan: het precisierijden of synchroonschaatsen. Hierbij wordt door een groep van tussen de 12 en 32 schaatsers een kür uitgevoerd waarbij de rijders met elkaar allerlei figuren vormen. Daarbij is het de bedoeling dat de bewegingen gelijktijdig (synchroon) worden uitgevoerd en de groep een volkomen eenheid vormt. Het ligt in de verwachting dat deze vorm van schaatsen zich zal ontwikkelen tot een volwaardige discipline die de al langer bestaande vormen van kunstrijden naar de kroon zal steken. Hieronder staat een link naar een filmpje op YouTube over het optreden van een Fins team tijdens de wereldkampioenschappen van 2010.

 

Mannen en vrouwen

Het kunstschaatsen was in eerste instantie een mannenaangelegenheid. Al in 1891 vonden de eerste internationale wedstrijden voor heren plaats en pas in 1906 voor dames. In het begin ging het uitsluitend om individuele prestaties. Vanaf 1908 werd er ook in paren gereden, maar het ijsdansen werd pas in 1953 een internationale wedstrijdsport, waarna het nog tot 1978 duurde voor het de Olympische status kreeg.

Nederland
Het Nederlandse kunstrijden heeft altijd in de schaduw gestaan van het hardrijden. Waarschijnlijk door de overvloed aan natuurijs heeft het lang geduurd voor er voldoende bruikbare indoor-ijsbanen werden gebouwd. En die zijn voor de ontwikkeling van het kunstrijden een absolute voorwaarde. Meer dan bij het hardrijden komt het er bij het kunstrijden op aan vele uren geduldig en vasthoudend te oefenen. Eigenlijk heeft Nederland alleen meegeteld in de jaren-60 toen Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel het ene na het andere toernooi op hun naam zetten.

Kunstschaatsen
Voor de ontwikkeling van het kunstrijden was het nodig dat de schaatsen onwrikbaar aan de schoenen konden worden bevestigd. In de 19e eeuw is veel geëxperimenteerd om dit te bereiken. Pas toen de Amerikaan E.V. Bushnell in 1848 de eerste geheel metalen schaatsen op de markt bracht, maakte het kunstschaatsen een grote stap voorwaarts. Eerst met schroef- en klemmechanismen voor alleen de hak, later voor zowel de voorvoet als de hak. Vaak werd hierbij nog gebruik gemaakt van een riempje om de voorvoet in verticale richting een extra borging te geven. Maar omdat deze voorzieningen óf de kanten van de schoenzolen ruïneerden óf onvoldoende klemden, werden de schaatsen al spoedig met schroeven aan de laarzen vastgezet. Door al deze constructies namen de vrijheidsgraden voor de berijder enorm toe en de avontuurlijkheid in de figuren navenant.










boek vandervell 1869
Al in 1869 werd in Engeland een instructieboek voor het kunstrijden uitgegeven.




boek over kunstrijden uit 1897
Er volgden er vele, zoals dit boek, in 1897.




boek over kunstrijden
En deze uit 1960.




kunstschaatsen met krul












engelse kunstschaats












metalen kunsschaats










traditonele kunsschaats










moderne kunstschaats
home | donaties | sitemap | copyright | contact
© 2002- The virtual Ice Skates Museum. All rights reserved.