Zwieren en Schoonrijden

Zwieren

In Nederland, met name in de zuidwestelijke helft, ontwikkelde zich in de 18e en 19e eeuw uit het 'scharrelen' op bevroren plassen, vijvers, vaarten en grachten het zwieren. Bij deze vorm van schaatsen gaat het niet om snelheid, maar om stijl. Het komt eropaan in een regelmatig tempo achter elkaar gebogen streken over het ijs maken door beurtelings rechts en links op de buitenkant van het schaatsijzer ('buitenover') vooruit te rijden, zoals de onderstaande figuur laat zien.

de zwierbeweging

Omdat bij het buitenover rijden het lichaam enigszins naar buiten moet hellen om de boog te maken, vraagt dat om een goede balans en een beheerste beweging. Een goede zwierder kan de bogen eindeloos aan elkaar breien en zo op zijn gemak een lange poldervaart met volledig gebruik van de breedte afschaatsen.

Het filmpje hieronder uit 1925 laat dit goed zien:

Schoonrijden
Door het zwieren te reglementeren, is in het begin van de 20e eeuw uit het zwieren een wedstrijdsport ontwikkeld: het schoonrijden. Van de schoonrijder wordt verwacht dat de beweging niet alleen beheerst wordt uitgevoerd, maar ook bevallig, alsof er wordt gezweefd, zonder daar enige moeite voor te doen. Iedere overbodige beweging doet afbreuk en bruuske bewegingen, zoals bij het kunstschaatsen, zijn dan ook absoluut niet geoorloofd.
Anders dan de zwierder rijdt de schoonrijder niet breed waaierend over het ijs, nee, hij rijdt net als de hardrijder meer recht vooruit. Er kan alleen worden gereden, maar ook in paren of groepen.

Folklore
Tegenwoordig wordt het schoonrijden beschouwd als een onderdeel van de Nederlandse folklore. Het heeft een hoog demonstratiekarakter gekregen en wordt voornamelijk in clubverband beoefend. Openbare optredens vinden meestal plaats in traditionele kleding. De organisatie is veelal in handen van de Landelijke Vereniging van Schoonrijders (LVS), die sinds 1946 bestaat.

Het verschil met kunstrijden
Opmerkelijk is dat schoonrijden een typisch Nederlandse aangelegenheid is. De verklaring hiervoor is dat het Nederlandse schaatsen zich in de buitenlucht op ruime ijsvlakten heeft ontwikkeld. Dit in tegenstelling tot elders, waar men zich moest 'behelpen' met kunstijsbanen in relatief bekrompen ruimten. Daar ontwikkelde zich in eerste instantie het nauwkeurig rijden van specifieke figuren op kleine oppervlakken. Later kwam hier het 'kunstige', meer artistieke rijden uit voort. (Zie ook de pagina over kunstrijden)

Schaatsen voor het zwieren en schoonrijden
Voor het zwieren zijn schaatsen nodig met korte, brede, tamelijk rond geslepen ijzers. De Hollandse krulschaatsen waren bij uitstek zwierschaatsen. Omdat de krullen gemakkelijk ergens achter konden blijven haken, met vaak dramatische gevolgen, werd de krul vaak afgezaagd. Op den duur werden 'kale' zwierschaatsen ontwikkeld, zoals hiernaast getoond. Deze  schaatsen worden ook wel zwierbollen of blokzeilers (blokzijlers?)genoemd. De schoonrijder maakte in het begin uiteraard ook van deze zwierschaatsen gebruik, zij het dat hij ze iets rechter liet slijpen. Maar allengs kwamen schaatsen met aangeschroefde schoenen in gebruik.



Schoonrijders in traditionele kleding en op krulschaatsen tijdens een demonstratie.

voorplat boekje schoonrijden 1907
Het eerste boekje over o.a. zwieren en schoonrijden uit 1907.


Een instructief boekje uit 1931.

voorplat boek 50 jaar schoonrijden
Boek bij het 50-jarig bestaan van de LVS, 1996.

krulschaats
Krulschaatsen, ca. 1900.


Krulschaatsen waarvan de krul is afgezaagd.


Zwierschaatsen, ca. 1935.


Zwierschaatsen, ca. 1955.


Schoonrijders, ca. 1965.

home | donaties | sitemap | copyright | contact
© 2002- The virtual Ice Skates Museum. All rights reserved.