Toer- en Marathonschaatsen
foto tochtrijden

In vroeger tijden (de foto is van 1921) was schaatsen voornamelijk een recreatieve bezigheid in perioden dat het economische leven als gevolg van winterse omstandigheden vrijwel tot stilstand was gekomen. Voor velen was dit daardoor een goede tijd om weer eens op bezoek te gaan bij familieleden die niet naast de deur woonden. En omdat de trekschuit niet voer, bonden zij hun schaatsen onder en gebruikten het bevroren water als weg. Anderen maakten van de gelegenheid gebruik om gewoon eens een blokje om te schaatsen. En natuurlijk waren er altijd de echte doorzetters die ambitieuze tochten ondernomen met geen ander doel dan zichzelf te bewijzen en anderen te imponeren.

Schaatstoerisme
Er is in de loop der eeuwen, althans in Nederland, weinig veranderd. Nog steeds stappen duizenden op de schaats om een tocht te maken, al dan niet samen met anderen. 
Misschien is Nederland wel het enige land ter wereld waar het rijden van toertochten zo wijd verbreid is dat er vrijwel geen landsman of -vrouw is die er niet een keer aan heeft deelgenomen. Dit is ongetwijfeld een gevolg van het uitstekende waterwegennet, de ontelbare poldervaarten, plassen en meren én die merkwaardige warmte die in de Nederlander vaart als het buiten echt koud begint te worden. Het rijden van tochten werd bevorderd door het uitgeven van instructieve boekjes en speciale ijswegenkaarten.

Natuurijs
Hét onderscheidende element van het toerschaatsen is dat het altijd plaatsvindt op natuurijs. Omdat het schaatstoerisme voor de steden een economisch belang vertegenwoordigde, werden er contracten afgesloten met ijsclubs om bepaalde trajecten sneeuwvrij te houden, het ijs te effenen en wakken en grote scheuren te markeren. Er bestond in Nederland dus een systeem van ijswegenbeheer. Niet alleen de middenstand voer wel bij het schaatstoerisme, de tochtenrijders waren ook een bron van inkomen voor de gewone man: de baanvegers werden met een paar centen bedacht en overal zag je kraampjes waar je op krachten kon komen onder het genot van 'koek en zopie'.

Georganiseerde tochten
Door de jaren heen waren In het noorden Leek en in het Zuiden Gouda bekende doelen. Geslaagde tochten werden bewezen door uit Leek een 'takje' mee te brengen en uit Gouda een (heel!) stenen pijpje. Tegenwoordig beijveren tientallenen lokale ijsbaanverenigingen zich, om zodra er kans op natuurijs is, honderden georganiseerde toertochten aan te bieden. Deze tochten gaan over verschillende afstanden, waarbij tochten onder de 25 kilometer als 'kort' worden aangemerkt. De beloning voor een voltooide tocht zijn nu kleurige vaantjes en fraaie medailles.

Elfstedentocht

Het toppunt van deze tochten wordt gevormd door de circa 195 kilometer lange tocht langs de elf Friese steden. Het is bekend dat deze tocht al in de 19e eeuw niet alleen voor Friezen en Hollanders een uitdaging vormde, maar dat ook buitenlanders zich ertoe voelden aangetrokken. Zo schreef de Engelsman C.G. Tebbutt in zijn in 1897 uitgegeven boekje Skating dat hij de tocht samen met drie andere Britten in 14 uur heeft volbracht. Destijds ging het uitsluitend om de eigen sportieve prestatie. Sinds de tocht in 1909 een min of meer officieel karakter kreeg, heeft het wedstrijdelement steeds meer de overhand gekregen. Maar nog altijd wordt er naast de wedstrijd een toertocht georganiseerd. De beloning voor het volbrengen van de tocht is het hiernaast getoonde Elfstedentochtkruisje, een onooglijke medaille van iets meer dan 2 x 2 cm, die door de eigenaars echter wordt gekoesterd als ware het een kostbare diamant. (zie ook het Schaatsen-ABC)

Alternatieve 11-stedentocht
Als gevolg van de onberekenbaarheid van het Nederlandse klimaat is de Elfstedentocht tot op de dag van vandaag slechts vijftien maal verreden, de laatste keer in 1997. Voor velen is dat te weinig. Doordat steeds meer mensen bereid bleken naar verre streken af te reizen om elders de schaatsen onder te binden, ontstond in het begin van de jaren-70 van de 20e eeuw de gewoonte om alternatieve Elfstedentochten te houden. De eerste vond in 1974 plaats in Noorwegen; tegenwoordig worden ze jaarlijks op de Oostenrijkse Weissensee verreden.

Marathonschaatsen
In Nederland heeft zich uit het toerschaatsen een bijzondere (en zeer populaire) vorm van hardrijden ontwikkeld: het marathonschaatsen. Hierbij rijden de dames 40 ronden en de heren 60, 75, 100 of 150 ronden op een 400-meterbaan. Hoewel er in teamverband wordt deelgenomen, wordt er op basis van de resultaten door het jaar heen een individueel puntenklassement bijgehouden. Punten kunnen worden verdiend bij tussensprints, door mededingers op een volle ronde te zetten en door bij de eerste tien te finishen. Daarnaast zijn er onder andere klassementen voor de sterkste ploeg, de strijdlustigste renner en de beste sprinters. Mede door het uitloven van premies kan een marathonwedstrijd een enerverend verloop hebben.

Schaatsen voor het rijden van tochten
Voor het toerschaatsen werden van oudsher vele soorten houten schaatsen gebruikt. Alle Hollandse en Friese schaatsen waren in eerste instantie geschikt om mee te toeren. De gebruikte schaatsen waren doorgaans het gezamenlijke product van een plaatselijke smid, die er samen met de schrijnwerker en de tuigmaker in de economisch slappe wintertijd zijn brood mee verdiende. Sommige smeden hadden daar meer gevoel voor dan anderen. Zo ontstonden in Nederland tal van modellen die werden genoemd naar de dorpen waar de toonaangevende smeden woonden: Akkrumers, IJlsters, Wargaasters, Ouderkerkers, enz. Omdat een succesvolle smid in zijn omgeving natuurlijk werd geïmiteerd, ontstonden families van schaatsen met overeenkomstige lijnen, zoals Hollands, Fries, Gronings, Overijssels e.d. Dit gegeven maakt het verzamelen van Nederlandse schaatsen uit de periode tot circa 1910 bijzonder interessant. Daarna ging het individuele handwerk verloren als gevolg van de oprukkende industrialisering. In het midden van de 20e eeuw vervaagde, mede door de opkomst van de overdekte 400-meterbanen, het verschil tussen de voor toeren  en wedstrijden gebruikte schaatsen steeds meer. Tegenwoordig rijdt iedereen op schaatsen van het Noorse model.



boek toerrijden
Boek over het rijden van tochten, 1942.


mapje met kaarten
Mapje met drie terreinkaarten voor schaatsers, ca. 1900.


terreinkaart voor schaatsers
Een van de kaarten
uit het mapje.


diverse goudse stenen pijpen
Een verzameling stenen Goudse
pijpen.


pet met goudse pijp
De pijp werd aan de pet of muts bevestigd en moest heel thuis worden gebracht.


deelnemerskaarten
Deelnemersbewijzen aan georganiseerde
schaatstochten.


vaantjes
Diverse vaantjes en medailles voor de volbrengers van georganiseerde
tochten.


elfstedenkruisje
Het felbegeerde elfstedenkruisje.


boek marathonschaatsen
Boek over marathonschaatsen, 1986.

home | donaties | sitemap | copyright | contact
© 2002- The virtual Ice Skates Museum. All rights reserved.