Zeilschaatsen


Het ligt zo voor de hand om je in een land als Nederland met een opgehouden zeiltje op schaatsen over het ijs te laten blazen. En toch heb ik het in de voorbije pakweg zestig jaar nog nooit gezien. Het was dan ook een absolute eye-opener toen ik in het voorjaar van 2009 tegen het jubileumboek van de 100-jarige Stockholmse Zeilschaatsclub aanliep. Daaruit bleek dat zeilschaatsen in Zweden enthousiast wordt beoefend. Evenals in Noord-Amerika, merkte ik een paar weken later, toen ik werd benaderd door Richard Friary, een Amerikaanse zeilschaatser en auteur van het boek Skate Sailing. Hij was zo vriendelijk mij een exemplaar van zijn boek cadeau te doen.

Wat we in Nederland wel kennen, is ijszeilen. Tegenwoordig gebeurt dat in wedstrijdverband met speciaal daarvoor ontworpen 'jachtjes'. IJszeilen heeft zijn oorsprong in de gouden eeuw toen kooplieden en schippers een paar glij-ijzers (of glissers!) onder hun 'karren' of schuitjes bevestigden en een mast met zeilen monteerden. Hoewel bij ijszeilen van glij-ijzers gebruik wordt gemaakt, kun je dit vertier toch niet echt tot de schaatssport rekenen.

Dat ligt bij het zeilschaatsen anders. Zeilschaatsen lijkt een beetje op windsurfen. Maar er zijn twee kardinale verschillen. Eén: bij zeilschaatsen zit het zeil aan de onderkant nergens aan vast en twee: de gebruiker staat aan de lijzijde van het zeil. Het laatste betekent dat het zeil tussen hem en de wind in zit. De zeilschaatser hangt niet naar de wind toe, maar leunt er met het zeil tegenaan. Het schaatszeil heeft traditioneel de vorm van een grote vlieger. Het bestaat uit een licht frame van gekruiste stokken, dat is bespannen met textiel. De schaatser legt de horizontale stok van het geraamte aan de windzijde op een schouder, vlak achter het kruis met de verticale stok, en regelt met zijn andere hand de stand van het zeil ten opzichte van de wind. De wind drukt de schaatser weg en de schaatsen functioneren als de kiel van een schip, waardoor de schaatser vooruit gaat. Door het zeil naar voren en naar achteren te bewegen kan zowel de richting als de snelheid worden  beïnvloed. Met de vorm van het zeil en de materialen voor frame en bespanning is de in de loop der jaren heel wat geëxperimenteerd.

De zeilschaatser leunt dus als het ware tegen de wind aan. Hij staat (net als bij het zwieren!) altijd op de buitenkant van de schaatsijzers, behalve als hij voor de wind gaat. De schaatsen zijn daarom hol geslepen. Ook moeten de ijzers een zekere vrije hoogte hebben om bij helling pardoes wegglijden te voorkomen. Omdat de grootte van het zeil mede afhangt van de hoogte van de schouder boven het ijs, worden ook wel stelten op de schaatsen gemonteerd. Uit de plaatjes hiernaast blijkt dat dit extreme vormen kan aannemen.

Zoals uit de inleiding naar voren komt, is zeilschaatsen geen nieuwe sport. Het lijkt erop dat het In de periode 1880-1920 tamelijk populair was. Uit deze periode zijn tal van illustraties bekend met afbeeldingen van  zeilschaatsers in Scandinavië, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk, Engeland, de Verenigde Staten en Canada. Het is wonderlijk dat Nederland in dit rijtje niet voorkomt, maar het ziet er inderdaad naar uit dat het zeilschaatsen aan Nederland is voorbijgegaan. In zijn boek Wintersport (1893) vermeldt Pim Mulier dat 'te Slikkerveer (...) de heeren Smit' er gebruik van hebben gemaakt. Maar dat is ook de enige vermelding die mij bekend is. Overigens vermeldt Friary dat Linnaeus (1707-1778) er al gewag van heeft gemaakt.

Tegenwoordig worden ook deltavleugelachtige zeilen gebruikt. In tegenstelling tot bij het oorspronkelijke zeilschaatsen wordt hierbij aan de loefzijde van het zeil gestaan. Omdat het zeil aan de onderkant nergens aan vast zit, lijkt deze manier van schaatszeilen wel wat op kitesurfen. Dat levert uitermate spectaculaire beelden op. Op YouTube vond ik een Zweeds filmpje waarin de mogelijkheden van deze vorm van zeilschaatsen goed naar voren komen:



Bronnen:
Friary, Richard: Skate Sailing, a complete guide; 1996
Richard, Allan e.a.: Stockholms Skridskoseglarklubb 1901-2001


afbeelding 1

afbeelding 2

afbeelding 3
Hierboven een paar plaatjes van het zeilschaatsen rond 1900.


afbeelding 4
En hier een plaatje van rond 2000.


afbeelding 5
Twee Zweedse zeilschaatsers met extra hoge schaatsen.

30 cm (1 ft) high sailing skate
Deze zeilschaatsen hebben verstelbare stelten. De gebruiker kan maximaal 30 cm boven het ijs staan.
Zo kan bij zwakke wind een groter zeil worden gebruikt.
Door kortere stelten te monteren kan bij hardere wind het zwaartepunt naar beneden worden gebracht en een kleiner zeil worden gebruikt.


afbeelding 6
IJszeilen ca.1920.

afbeelding 7
Maar zo kan het ook, ca.1930.
home | donaties | sitemap | copyright | contact
© 2002- The virtual Ice Skates Museum. All rights reserved.