De ontwikkeling van de schaatsen (2 van 5)

Een schaatsijzer van rond 1600
Wat de schaatsen op de vorige pagina gemeen lijken te hebben, is een tamelijk breed, niet al te hoog schaatsijzer alsmede een niet-functionele versiering aan de punt. Hieronder en hiernaast wordt een dergelijk schaatsijzer in meer detail getoond.

schaatsijzer van rond 1600
Het werd gevonden tijdens baggerwerkzaamheden in Zevenhuizen ZH. Het ijzer is 35 cm lang. De breedte van het ijzer verloopt van 6 mm aan de achterzijde naar 10 mm aan de voorzijde. De hoogte van het ijzer is achter 12 mm en voor 3 mm. De krul heeft de vorm van een koolblad en is 6 cm hoog. Het ijzer heeft aan de achterzijde een driehoekige vorm, met de punt naar boven, die naar voren toe uitloopt in een platte rechthoek. Onder de krul is een lip ('kram') zichtbaar die aan de voorzijde de verbinding vormde tussen de houten voetstapel en het schaatsijzer, zoals uit de tekening blijkt.
tekening schaats circa 1600 Aan de achterzijde bevindt zich een (half afgebroken) oogje met schroefdraad, dat het mogelijk maakte het ijzer met een schroef aan het hout vast te zetten. Anders dan bij de op pagina 1 getoonde schaatsen stak het schaatshout als gevolg hiervan achter het ijzer uit. foto van de eerste krulschaatsen De foto laat goed zien dat het maar een kleine stap was om het koolblad te laten evolueren tot een krul. Interessant is om vast te stellen dat er tussen 1200 en 1600 een aanzienlijke constructieve ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Niet alleen is het schaatsijzer ingrijpend van vorm veranderd, maar ook de manier waarop het onwrikbaar aan de houten voetstapel is bevestigd heeft een indringende verandering ondergaan. Aan deze constructie is in de 400 jaren daarna nauwelijks meer iets fundamenteels veranderd.

Schaatsenmakers
Over de makers van voor 1800 is vrijwel niets bekend. In zijn boek 'Schaatsenrijden' (1888) schrijft mr. J. van Buttingha Wichers dat in de zeventiende eeuw 'Vuilendamse schaatsen'  algemeen als de beste werden beschouwd, maar hij spreekt niet uit ervaring, want hij citeert uit een verhandeling van de hand van dr. G.D.J. Schotel over 'Het Oud Hollandsch Huisgezin der zeventiende eeuw'. Vuilendam ligt in de Zuid-Hollandse Alblasserwaard. Wie weet, is het hierboven getoonde schaatsijzer daar wel gemaakt. In de krul is een meesterteken ingeslagen met de vorm van een pijl; in de pijl is een kruisboog zichtbaar alsmede iets wat lijkt op W.v.STIN6.

17e en 18e eeuw
Tussen eind 1600 en begin 1800 lijkt de ontwikkeling vrijwel te hebben stilgestaan. Over deze periode is weinig bekend, maar de schaatsen die aan het eind van de 18e eeuw in gebruik waren, lijken toch nog wel erg veel op die van tweehonderd jaar daarvoor. In 1773 beschreef J. le Francq van Berkhey het leven van die tijd en dus ook de winterperiode. Hij is van mening "dat het niet te vreezen staat dat het maaksel van deze vaderlandsche glijschoenen ligt uit het geheugen zal geraken zoo lang de Hollandsche hemel de beurtwisseling van winter en zomer ondergaat en ons gewest door menschen van eenig vernuft en oordeel bewoond wordt". Hij vond het dus niet nodig om de schaatsen nader te beschrijven en bevestigt daarmee het geschetste beeld. Maar hij schreef ook  dat de Hollandse schaatsen aanvankelijk 'hele houten' waren en dat de 'halve houten' in de loop van de 17e en 18e eeuw in gebruik zijn geraakt. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het ontwerp van de Hollandse krulschaatsen van later datum is dan dat van de Hollandse baanschaatsen.

Nederlandse schaatsen rond 1850
Pas in 1848 vinden we de eerste bruikbare beschrijving in een boekje dat werd geschreven door een zekere A.v.D. Helaas is onbekend wat de volledige naam van deze auteur was. Het boekje wordt door hem aanbevolen als 'een zekere handleiding om in korten tijd zonder gevaar fraai te leeren schaatsenrijden' en bevat als bijlage een aantal afbeeldingen, waarvan er op deze plaats vier relevant zijn. Van D. schrijft dat hij meer dan vijftig soorten schaatsen voor zich heeft liggen, maar dat ze allemaal zijn terug te voeren tot de vier uit deze afbeelding. Ze zijn door Van D. op schaal getekend en dus onderling goed vergelijkbaar.



Van boven naar beneden benoemt hij ze als volgt:
1 - Hollandse schaats van het Linschoter model;
2 - Friese schaats van het Wargaaster model;
3 - Hollandse schaats van het Bergambachtse model;
4 - Engelse schaats.

Uit de tekening en enkele aanvullende opmerkingen van Van D. kan een aantal interessante conclusies worden getrokken:
1. Alle schaatsen, behalve de Friese, hebben een vioolvormige voetstapel.
2. De Linschoter en de Friese schaats hebben relatief lange schaatsijzers, hetgeen kan duiden op gebruik voor het rijden van afstanden.
3. De Bergambachtse en de Engelse schaats hebben een korte, gedrongen vorm, hetgeen kan duiden op het gebruik als zwierschaats.
4. De Engelse schaats heeft het hoogste schaatsijzer, maar ook het schaatsijzer van de Bergambachtse schaats is hoger dan dat van de Linschoter en de Friese schaats.
5. Alle schaatsijzers eindigen midden onder de hak; van 'doorlopers' is dus (nog) geen sprake.
6. De Hollandse baanschaats geen afzonderlijke vermelding krijgt, hetgeen opmerkelijk moet worden genoemd.

Een nieuw Hollands model
Dertig jaar later, in 1888, schreef de eerste secretaris van de in 1882 opgerichte Nederlandse Schaatsenrijders Bond, mr. J. van Buttingha Wichers, een boek met de duidelijke titel 'Schaatsenrijden'. Daarin beschrijft hij het schaatsenrijden door de eeuwen heen. Hoewel hij daar niet expliciet op wijst, blijkt uit de door hem gebruikte illustraties dat tussen 1848 en 1888 een nieuw soort schaats is ontstaan: de doorloper. Hierbij loopt het schaatsijzer onder de hak door en eindigt gelijk met de achterkant van het houten platform. Dit soort schaatsen werd toentertijd alleen door de smeden in en rond de Zuid-Hollandse polders gemaakt. Pas in de laatste decade van de 19e eeuw begonnen ook de Friese smeden doorlopers te maken.

Hollandse baanschaats




detail van de krul



 detail van de achterkant


vorige  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  volgende
home | donaties | sitemap | copyright | contact

© 2002- The virtual Ice Skates Museum. All rights reserved.