Baanschaatsen

Tot de baanschaatsen worden alle schaatsen met vlak geslepen ijzers gerekend. Ze zijn ontworpen voor het rijden afstanden, al dan niet in wedstrijdverband. Om tegemoet te komen aan de wens van veel rijders om sneller te gaan,  werd dit soort schaatsen steeds lichter gemaakt en de ijzers steeds langer en smaller. Zoekend naar sterke, maar lichte constructies ontstonden zo de schaatsen met in buizen gemonteerde schaatsijzers van tegenwoordig.

Friese baanschaatsen

In de 20e eeuw was de Friese Doorloper de Nederlandse baanschaats bij uitstek. Tot eind 1800 werden door plaatselijke smeden zowel in Friesland als Holland (in ruime zin) schaatsen gemaakt. Maar toen rond 1900 de industrialisatie begon door te zetten lieten de Hollandse smeden het schaatsenmaken vallen. De Friezen daarentegen bouwden deze activiteit juist uit tot een bloeiende bedrijfstak met centra in Akkrum, Warga en IJlst. Friese schaatsen waren van oudsher rank en licht, maar wel wat eenvormig. Hollandse daarentegen waren gedrongen en robuust, maar verschillend van uiterlijk. Aanvankelijk eindigde bij beide soorten het ijzer midden onder de schoenhak. Dit hing samen met de manier waarop het ijzer aan de voetstapel werd bevestigd: met een schroef die van bovenaf in een aan het ijzer gesmeed oog werd gedraaid. De Hollandse smeden brachten hier verandering in door een constructie te ontwikkelden die het mogelijk maakte het ijzer door te laten lopen tot het eind van het hout. Bij het concentreren van de productie in Friesland werden de eigenschappen van de Friese en de Hollandse schaatsen geïntegreerd. Op basis van het doorlopermodel werden speciale schaatsen als laagspringers en houten noren ontwikkeld.

Hollandse baanschaatsen

Zoals hierboven al werd aangeduid, legden de Hollandse (in brede zin) smeden meer dan de Friezen iets eigens in de vormgeving van hun producten. Dat maakt ze buitengewoon aantrekkelijk voor verzamelaars. Doordat verscheidene smeden hun schaatsen van een merkteken voorzagen, weten we in welke plaats deze schaatsen werden gemaakt. Ook werd vaak reclame gemaakt met de plaatsnaam als uithangbord. Zo is in verzamelaarskringen de gewoonte ontstaan om te spreken over bijvoorbeeld Ouderkerkse of Waddinxveense schaatsen. Veel schaatsen zonder merktekens kunnen qua vormgeving eenvoudig worden geassocieerd met het werk van de wel met naam en plaatsnaam bekende smeden. Je kan daarom zeggen dat het hierbij gaat om schaatsen met overeenkomstige familietrekken. Het virtuele Schaatsenmuseum hanteert daarom deze overeenkomsten als basis voor een bredere aanduiding als model.

Stalen noren

Eind 1900 werden in Noorwegen de in buizen gevatte schaatsijzers uitgevonden. Dit soort schaatsen werd onder wedstrijdrijders al snel populair. Ter illustratie: Jaap Eden behaalde er zijn successen mee. Doordat in Nederland schaatsen een volkssport was en houten schaatsen goedkoop konden worden geproduceerd, heeft het lang geduurd voordat dit type schaatsen de houten exemplaren hebben verdrongen. Maar uiteindelijk ging de productie van de typisch Nederlandse houten schaatsen rond 1970 definitief teloor. Slechts een enkele grotere speler overleefde.