Zwieren en schoonrijden

Zwieren was een typisch Nederlands gebruik. Het kan worden gezien als de oervorm van het baan(tje)rijden. De Nederlandse rechte poldervaarten en kanalen vroegen er als het ware om 's winters gebruikt te worden als ijswegen. In winterse tijden veranderde het straatbeeld dan ook indringend. De platte bodems van de trekschuiten werden voorzien van glij-ijzers (of glissers) en de kooplieden deden hetzelfde met hun duwsleden. Burgers bonden schaatsen onder en gingen op bezoek bij wat verder weg wonende familieleden. Geoefende schaatsers ontwikkelden een bepaalde manier van voortbewegen. Ze reden rechte streken, niet zoals tegenwoordig op de binnenkanten van de ijzers, maar juist op de buitenkanten. Ze bewogen zich voorwaarts 'op het buitenbeen' met gestrekte bogen. Deze beweging was zo bijzonder dat de Engelsen spraken van de 'Dutch roll' en de Duitsers van 'holländern'.

In de 17e en 18e eeuw gebeurde dat met de toen algemeen gebruikte krulschaatsen. Het spreekt vanzelf dat dit zwieren tot competitie leidde. Er werden regelmatig wedstrijdjes gehouden waarin het eigen kunnen kon worden getest en bewezen. Tegen het einde van de 18e eeuw ontstond hieruit het hardrijden zoals wij dit tegenwoordig kennen. De schaatsensmeden haakten op deze ontwikkeling in door afzonderlijke modellen te gaan maken voor hardrijden en zwieren. Ook kwam er meer belangstelling voor veiligheidsaspecten, waardoor de krullen langzaam maar zeker verdwenen.

In Nederland ontwikkelde zich in het begin van de 20e eeuw uit het zwieren het schoonrijden als wedstrijdsport. Anders dan bij het hardrijden gaat het bij schoonrijden niet om snelheid, maar om stijl. En om wedstrijden te kunnen houden, kwamen er regels waarin nauwkeurig werd beschreven waar de schoonrijder zich aan moest houden, en waar de juryleden bij het beoordelen vooral op moesten letten. 

De kern van het schoonrijden is 'dat de rijder met een rustige, gestrekte, ongedwongen maar bevallige houding van het lichaam met beurtelings rechts en links buitenwaarts overhellen in een regelmatig tempo een gebogen streek van regelmatige lengte en vorm maakt' (J. Egmond, 1931). Deze beweging staat bekend als 'buitenover-rijden'.

Tegenwoordig wordt het schoonrijden beschouwd als een onderdeel van de Nederlandse folklore. De kunst van het schoonrijden wordt nog steeds beoefend, vooral in clubverband.  Er bestaat dan ook een bloeiend clubleven dat al sinds 1946 gecoördineerd wordt door de Landelijke Vereniging van Schoonrijders. Schoonrijders verzorgen regelmatig her en der demonstraties, meestal in traditionele kleding.