• Vier generaties Schakel

    Rond 1845 vestigt Dirk Schakel (1823-1900) zich als zelfstandige smid in Polsbroek. Hij moet een ondernemend type zijn geweest, want hij was vrij jong, kwam uit een arbeidersgezin en smid werd je niet zomaar. Hoe dan ook, hij werd een geslaagd ambachtsman. Naast het gebruikelijke boerensmidswerk maakte hij in de winterperiode schaatsen. Waarschijnlijk in kleine series, want in 1885 maakte hij zowel in de Goudsche Courant als in de Schoonhovense Courant reclame voor zijn 'alom bekende Friesche en Hollandsche schaatsen'; zie detail 1. In het schaatsijzer sloeg hij het in detail 2 getoonde merk dat bestaat uit drie ringen (maliën of schakels!) in de vorm van een blaasbalg. Van de door Dirk gemaakte Friese modellen zijn geen specimen bekend, maar van de Hollandse modellen gelukkig wel. Afbeelding 1 laat zien hoe ze eruit zagen: een steil oprijzende boeg met het model van een pijpenkop; het schaatsijzer had een zogeheten 'korte hak'. Ze waren vrij zwaar van uitvoering. Detail 1 laat zien dat de voorkant van het ijzer een aangevijld dakje had.

    model polsbroekse schaats
    Afb.1: Het basismodel van de Polsbroekse pijpenkop.

    Dirk Schakel had een groot gezin, waarvan drie zoons het smidsvak bij hun vader leerden, maar zich na verloop van tijd elders zelfstandig vestigden: Cornelis, Dirk Jr en Piet.


    Cornelis (1851-1894) vestigde zich in 1876 als smid in Benschop.

    oude smidse benschop
    Afb.2: De Oude Smidse.

    De afbeelding hiernaast laat de 'Oude Smidse' zien: een woonhuis met daarachter de werkplaats. Hier werden zeven zoons geboren, die allen smid werden, maar van slechts drie is bekend dat zij ook schaatsen hebben gemaakt: Jan, Piet en Aart. Toen Cornelis in 1894 op 43 jarige leeftijd overleed waren Jan en Piet al uitgevlogen, maar Aart nog te jong om het bedrijf voort te zetten. De weduwe nam daarom de leiding op zich tot Aart in 1915 'groot' genoeg was. Details 3 en 4 laten twee koppen zien van in de Benschopse smederij gemaakte schaatsen. Detail 3 toont op de boeg een hartvorm en als stempel een C onder drie ringen als in detail 2. Detail 4 laat een iets ander merk zien; ook is de hartvorm enigszins anders. Vermoed wordt dat het eerste merkje ouder is dan het tweede. Mogelijk is het merkje zonder ringen uit de tijd dat Aart de smederij uitbaatte.

    Dirk Jr (1855-1927) werd in 1879 smid in Barwoutswaarder, waar hij tot 1902 een smederij had. Hij gebruikte ongeveer hetzelfde merkteken als zijn vader, maar het 'steeltje' is korter; zie detail 6. Dit plaatje laat ook de kop van een door hem gemaakt paar schaatsen zien: een golvend patroon dat in een 'scherpere' uitvoering ook door zijn broer Piet en neef Jan werd gebruikt (details 6 en 9). Het smidsmerk in detail 10 laat zien dat hij zich later in Schoonhoven heeft gevestigd.

    Piet (1864-1934) nam, waarschijnlijk rond 1890, de Polsbroekse smederij van zijn vader over, want in de winter van 1894/95 adverteerde hij, net als zijn vader, in de Schoonhovense Courant met 'Schakels beroemde schaatsen'. De door hem gemaakte schaatsen hebben hetzelfde model als van zijn vader. Hij gebruikte ook een merk dat op dat van zijn vader lijkt; zie detail 6. Maar er bestaan ook schaatsen met het merk uit detail 7. Omdat dit 'doorlopers' betreft, lijkt het erop dat die van latere datum zijn. Mogelijk was het originele stempel versleten en niet meer vervangen. De afbeelding hieronder laat de smederij zien. De smid zelf staat rechts naast het paard. Op het raam boven de ingang staat een P (detail 8). Waarschijnlijk was de smederij van vader Dirk in ditzelfde pand was gevestigd.

    smederij te polsbroek
    Afb.3: De smederij in Polsbroek.

    In 1909 besluit hij, zoals zoveel smeden in die tijd, het smidsvak te verlaten en over te stappen op de handel en reparatie van (motor)fietsen. Hij doet de smederij over aan neef Jan (zie verder bij Kleinzoon Jan). Piet begint dan na een tussenstop in Dordrecht een fietsenwinkel met reparatiewerkplaats in Schoonhoven. In 1924 komen daar automobielen bij en samen met zijn broer Aart wordt hij Ford-dealer.

    Kleinzoon Jan (1879-1950) nam in 1909 de Polsbroekse smederij van zijn oom Piet over, nadat hij enige tijd als knecht bij enkele andere smeden ervaring had opgedaan. Daarmee werd hij de derde generatie Schakel in de Polsbroekse smederij. Hij gebruikte het kopteken van de zaagtand (detail 9) en in het detail 11 getoonde stempel. In 1918 hief hij het bedrijf echter op en begon een galvaniseerinrichting in Ammerstol. Dat was waarschijnlijk geen succes want in 1921 keerde hij terug naar zijn oude stiel. Hij vestigde zich als smid in Stolwijk waar hij de smederij van Kees Bezemer overnam. Daar verkocht hij nog wel schaatsen, maar niet meer van eigen fabrikaat.

    Kleinzoon Piet (1888-1940) werkte geruime tijd als (meester)knecht bij Maarten de Rooij in Waddinxveen maar begon in 1913 in Moordrecht voor zichzelf. Het bedrijf werd een gerenommeerde fabrikant van hooiberglieren. Schaatsen zijn er weinig gemaakt. Anders dan zijn familieleden maakte Piet ze van het Stolwijkse model. Daar zette hij het merk van detail 12 op. Na het overlijden van zijn vader zette zoon Cornelis het bedrijf voort. Hij heeft geen schaatsen meer gemaakt.

    Kleinzoon Aart (1891-1975) nam in 1915 het Benschopse bedrijf over van zijn moeder. Hij gebruikte het in detail 13 getoonde stempel. In 1924 hief hij de smederij op om samen met zijn oom Piet het Schoonhovense garagebedrijf gestalte te geven. Tot begin 2020 werd dit familiebedrijf gerund door Alex Schakel, die de zesde generatie Schakel vertegenwoordigde. Begin 2020 werd het bedrijf, dat inmiddels zes vestigen in de regio had, bij gebrek aan opvolging binnen de familie overgedaan aan Zeeuw & Zeeuw Dealergroep.


    detail 10

    detail 11

    detail 12

    detail 13